Op 21 december 1937 reed deze statige Jaguar SS 2.5 Litre Saloon de fabriek uit om verscheept te worden naar België. Hier werd de auto geregistreerd op 14 juli 1938. Vele documenten en het Heritage Centificate geeft aan dat de oorspronkelijke kleur Suede Green is geweest. Een wat saaie kleur die gelukkig tijdens de restauratie is gewijzigd naar het eveneens origineel Ivory. In combinatie met het prachtige groen lederen en met smaakvol hout afgewerkte interieur is dat een ware lust voor het oog.
De fraaie saloon is tot de aankoop van de huidige eigenaar in 2015 in België gebleven. Eenmaal in Nederland werd begonnen met een zeer uitgebreide restauratie waar niets aan het toeval werd overgelaten. Een dikke map met foto’s en facturen laten zien dat de specialisten van Conventry uit Uden vele uren hebben geïnvesteerd om de SS jaguar weer als nieuw te krijgen. En wellicht nog beter dan dat deze ooit is geweest. Het resultaat mag dan ook gezien worden. De foto’s die we gemaakt hebben doen de auto dan ook eigenlijk te kort want de perfecte afwerking is eigenlijk niet vast te leggen. Dat moet je gewoon zelf zien en beleven als je naast de auto staat, je in de vorstelijke zetels laat zakken en er een mooi rit mee kunt maken. De auto maakt nu deel uit van een van de grootste SS en Jaguar verzamelingen van ons land, maar mag nu wegens inkrimping verkocht worden.
Het rijden gaat eigenlijk heel makkelijk en voelt ook een beetje ‘luxe-vooroorlogs’ aan. Erg plezierig als u het ons vraagt. Maar wij dan ook bevooroordeeld natuurlijk omdat we weten hoeveel plezier een klassieke auto als deze kan geven. En niet alleen voor de bestuurder natuurlijk want als passagier heb je het eigenlijk nog beter qua luxe en ruimte om je benen te strekken. Een geweldige auto om bijvoorbeeld eens in stijl af te reizen naar Engeland om hier bijvoorbeeld het befaamde Goodwood Revival eens te bezoeken. Een onvergetelijke ervaring die werkelijkheid kan worden als u een afspraak met ons maakt.
Schuifdak
Vlak na de tweede wereldoorlog zat er voor Jaguar niet veel meer op dan terug te grijpen op de vooroorlogse productie. De naam was dan weliswaar veranderd van SS Jaguar Cars naar Jaguars Cars, van een echte vernieuwing was nog geen sprake. Productieaantallen moesten worden gehaald en vooral buitenlandse markten moesten worden aangeboord omdat staal in het Verenigd Koninkrijk alleen verstrekt werd als je je wagens kon exporteren.
Het kan zonder meer als bijzonder worden gezien dat het Jaguar lukte om eind jaren 40 een vooroorlogs model te verkopen buiten Engeland. De vooroorlogse SS Jaguar 1.5 Ltr, 2.5 Ltr en 3.5 Ltr werden op een klein aantal onderdelen gewijzigd en ook werden veel meer Drop Heads gebouwd. Deze laatste stonden vooral in de belangstelling van het Californische publiek. Het waren statige wagens, waarbij de 3.5 Ltr over meer dan voldoende vermogen beschikte om met de Amerikaanse V8 te kunnen concurreren. Maar veel wagens gingen ook naar de voormalige Britse koloniën zoals Nieuw Zeeland, Australië, Zuid Afrika en India.
De vooroorlogse inspanningen bleken dus niet voor niets te zijn geweest. Een belangrijke mijlpaal was daarbij dat het SS Jaguar in 1938 lukte hun Saloons en Drop Head Coupes eindelijk te produceren met geperst staal. De zes cilinders waren betrouwbare motoren die afgeleid waren van Standard motoren, maar door hun ontwerp met kopkleppen hadden ze veel meer vermogen gekregen. De productiemachines hadden de dans ontsprongen en waren niet door de Duitse bombardementen vernietigd en ook lagen veel onderdelen nog gereed om gebruikt te worden. Dus stonden in 1946 de eerste Mk IV’s op de kades om verscheept te worden over de hele wereld. De Mk IV kan dus beschouwd worden als een buitenbeentje in de naoorlogse ontwikkeling van Jaguar omdat hij nog volledig voortkomt uit de vooroorlogse ontwikkelingen.
Qua uiterlijk is het dus een prachtig ontwerp, en als auto is hij ook prettig om te rijden als je hem plaatst in zijn tijd. Want een stuurbekrachtiging is er niet en geen volledig gesynchroniseerde versnellingsbak. Schijfremmen bestonden nog niet, maar de grote trommels die op elk wiel gemonteerd zitten geven aan dit stuk Brits staal meer dan voldoende remkracht. Eenmaal goed afgesteld werken ze zeer betrouwbaar en er hoeft nooit remvloeistof te worden vervangen. De bestuurdersstoel is met een zwengeltje in hoogte verstelbaar en het stuur kan enigszins naar voren en naar achter. Bijzonder luxueus is de blower voor de ontwaseming van de voorruit via uitlaatsleuven. Het is beter dan niets, maar om nou te zeggen dat het goed werkt. Als compensatie hiervoor is het mogelijk de voorruit met een zwengel en ketting open te draaien zodat direct frisse lucht de cabine inkomt. Een echte vorm van luxe is het open dak, dat op alle Mk IV standaard geleverd werd. Bijzonder is dan weer, hoewel dit heel gebruikelijk was voor vooroorlogse auto’s, dat er een stilstaand console in het midden van het stuur zit met de bediening voor de richtingaanwijzers, het groot licht en de…voorontsteking. Die laatste moest instelbaar zijn omdat het met het octaangetal vlak na de tweede wereldoorlog slecht gesteld was. Alles lijkt gemaakt voor de eeuwigheid en de Jaguar straalt echt ouderwets vakmanschap uit met de met leer beklede stoelen en houten bekleding op de portieren en dashboard met notenhout fineer. Deze kwaliteit van de interieurs werd geperfectioneerd in de Jaguars die daarna kwamen.
Mk IV kwam met een beperkt aantal kleurcombinaties op de markt, maar een favoriete combinatie was bruin leer met een zwarte auto. Dit kwam natuurlijk door de relatief arme periode na de tweede oorlog. Ook waren er kleuren zoals Gunmetal, Ivory, Suede Green, Lavender Grey, Birch Grey en Battleship Grey. De laatste kleur uiteraard geïnspireerd door WOII. Veel chroom, waarbij de voorkant met de grote Lucas P100, de mistlampen en de grote grille duidelijk een uitstraling gaven die erg geliefd was bij de Amerikanen. Je kon de voorkant dan nog verder opleuken met chromen badges en mooie chromen claxons in allerlei maten. Er waren drie versies waarvan de 1.5 Ltr een kortere neus had dan de 2.5 en 3.5 Ltr. Ook lag hier een 4-pitter in die maar een bescheiden hoeveelheid PKs had; eigenlijk te weinig voor zo’n zware Jaguar. De 2.5 Ltr en 3,5 Ltr waren beiden 6 cilinders, die qua opbouw hetzelfde waren, echter de 3.5 Ltr met een grotere cilinderinhoud, een grotere radiator, meer PKs en meer koppel. De 2.5 Ltr kan met iets hogere toeren gereden worden, maar heeft natuurlijk minder koppel t.o.v. de 3.5 Ltr. Door de grotere radiator loopt de motorkap bij de 3.5 Ltr enigszins breder uit dan bij de 2.5 Ltr zodat de samenlopende lijn vanaf de deuren niet helemaal netjes doorloopt, maar een kleine knik vertoont. Beide 6 cilinders, maar ook de 4 cilinder zijn betrouwbare motoren, mits ze goed onderhouden worden. Ze zijn ook bijzonder robuust en nogal over gedimensioneerd. Zoals we ook wel zeggen: ‘Gaat nooit kapot”.
De motoren zijn uitgevoerd met gelijkstroomdynamo’s en een spanningsregelaar met relais. De 4-traps MOS versnellingsbak is in zijn 1 niet gesynchroniseerd en moet voorzichtig behandeld worden. Voor en achter zijn bladveren gemonteerd met echte demp potten gevuld met olie en zowel voor als achter een starre as. Natuurlijk nog een echt chassis met daarop de motorkap, gril, de koets en voor- en achter-schermen gemonteerd. Veergedrag van de Mk IV is prima en drempels worden goed genomen. Door de grote spiraalveren onder de fauteuils zit je in de Mk IV als een vorst, in het bijzonder achterin. Voor de voeten is achterin meer dan voldoende ruimte en door de z.g. ‘suicide doors’ is in- en uitstappen bijzonder gemakkelijk. Ook is de wagen van achter duidelijk breder zoals het hoort in een echte koets waarin de eigenaar ruim vervoerd wordt. (bron deels JDCH.nl)
Dick Bloemendaal